Neue Lyrik
Verre thuisland Transsylvanië
Een persoon komt naar Transsylvanië.
Nennen wir ihn mal: Hans-Jürgen.
Hij kijkt om zich heen.
Er fühlt sich dumm.
Was dat allemaal hier?
Met Duitse kleuren in hun vaandel.
Als hij meer wist, zou hij het kunnen zien.
Terwijl ze beiden voor hem staan:
Artemis
Is er al iemand die hierover nadenkt?
wat je zegt nadat Neil gesproken heeft,
Dat het een kleine stap was?
Zijn de Whizz Kids er al mee bezig?
Wat valt er nog meer te zeggen?
Doet er überhaupt een dichter mee?
Kaïn en Abel
Der Besserwisser und sein Bruder,
de betreffende zelfingenomen persoon,
Ze kunnen alles – en altijd.
Hand in Hand
Ze reizen door het hele land.
Recht tun kann man’s ihnen nimmer.
Partijcongres
Dezelfde oude, afgezaagde clichés.
Die gleichen hochgereckten Nasen.
Het partijcongres applaudisseert staand.
Iedereen wil elkaar immers graag weerzien.
Nacht-Trump
Trump is net bij me langs geweest.
Ik lag in bed, het was vier uur.
Mijn borsten werden zwaar;
als Nachtmahr kniete er auf ihr.
Hij zei het op een manier die aan Trump deed denken:
Daddy
Bist du hinterhältig, feig und dumb,
Zou het kunnen dat jouw vader Trump was?
Hat man dir ins Hirn geschissen,
Niemand schenkt je een geweten.
hast du alles mitgebracht
voor toegang tot stroom.
Frühling
Lieve wereld, waar wil je heen?
Du grünst nun wie seit Anbeginn.
Er stonden altijd onkruiden in.
zwischen allen Tulpen, Gurken.
Doch gedeihen Nulpen, Schurken
meer dan voorheen gebruikelijk was
En de vooruitzichten zijn somber.
Oude blanke mannen
Oudere mannen hebben vaak geen haar meer.
Waar vroeger dichte begroeiing was,
sind die Restbestände weiß.
Dat windt geen enkele vrouw meer op.
Duitse Opera
De slingers hingen er nog steeds.
Daarna zijn we Mimi en Musetta gaan bezoeken.
We wilden er heel graag nog een keer heen.
in das alte West-Berlin.
