De internationale luchthaven van Sibiu, ook bekend als luchthaven Hermannstadt, heeft vier gates en (vanaf eind zomer 2025) bijna dertig internationale bestemmingen. Vóór de veiligheidscontrole hangt een poster van het toeristenbureau met een prachtige foto van het ogenschijnlijk vredige Transsylvaanse landschap, die reizigers die op zoek zijn naar rust aanmoedigt om innerlijke vrede te vinden en terug te keren naar de natuur: #geluidvanstilte.

„Hello darkness, my old friend, I’ve come to talk with you again…“ Im akustischen Dunkeln – sofern es so etwas geben kann – lässt das Poster, von dem hier die Rede ist, denn es ist nun mal kein Video mit Tonspur: Hinter den trefflich abgebildeten lieblichen Hügeln des bukolischen Siebenbürgens knattert, brummt und dröhnt es beständig, im Dienste der Landschaftspflege; mal mit Benzinmotor, durchaus auch elektrisch, aber trotzdem laut. Es darf, es muss geschnitten, gemäht und getrimmt werden, rasiermesserscharf, zu jeder Stund‘, an jedem Ort.

Die Rumänen sind ein fleißiges Volk. Sie lassen die wunderbare Idylle, die der Schöpfer ihnen zugeeignet hat, nicht unbestellt, dabei tagein, tagaus dem Auftrag des Herrn folgend: Macht euch die Erde untertan. Aus der fruchtbaren Scholle sprießt freilich auch allerhand, das der sorgsame Gärtner wie Bauer nicht gerne sieht und vertilgt sein will, damit es das Angesicht Gottes und der zur Pool-Party im Garten eingeladenen Gäste nicht beleidigt. Als da wären:

Kweekgras (absoluut smerig, zeer hardnekkig, komt altijd terug, net als je belastingaangifte, dus moet je het afwijzen); wilde wortel (ja, zo heet het echt, wees voorzichtig bij het bereiden van je volgende wortelstoofpot, het spul komt overal terecht!); wolfsmelk (alleen nodig in het oude Rome, eenmalig voor de twee legendarische stadsstichters); hennepnetel (tandartsen opgelet); dovenetel (een heerlijke belediging om te gebruiken: "Jij dovenetel!"). Om nog maar te zwijgen van wikke (vooral de "vieze wikke", Vicia villosa; alleen al de klank! Die wil je absoluut niet hebben, er spelen immers kinderen in de tuin), de terugkerende struikrover genaamd weegbree (nomen est omen), of zelfs scheerling: als iemand met een humanistische opleiding weet je hoe snel dat in een beker of kelk kan belanden waar je misschien niet van af kunt blijven.

Diese Kräuter – alle! – sind, wo angetroffen, unverzüglich auszumerzen, abzumurksen, dem Erdboden gleich zu machen, mit Stumpf und Stiel auszurotten! Viel Ungemach und Unrast bereiten sie dem getreuen Gärtner, der ein Paradies auf Erden schaffen will. Gegen seinen Schöpfungsplan stemmen die Quälgeister sich gemein mit Wurzeln, die in den tiefsten Gründen der Hölle pferdefußen. Sie nisten sich in den Ritzen von Gehwegplatten ein (der Gutmensch nennt das „Fugenökotop“), versauen den Gesamteindruck, machen den Garten gar unbegehbar.

Erger nog: koppig en volledig verwaarloosd gedijen ze beter dan welke gewenste en zorgvuldig verzorgde plant dan ook. Ze ontnemen de plant voedingsstoffen, water, ruimte en licht. Dat ze vervolgens brutaal in bloei staan, is iets waar de tuinman een hekel aan heeft. Hij verklaart categorisch: "Dat smerige groene spul, die groene hel, moet weg – zo snel mogelijk, voordat het zich uitzaait."

Dit kan worden opgevat als een gebod. Iedere landeigenaar ter wereld volgt het. Maar meestal niet 24 uur per dag. In Transsylvanië echter "stroomt de tijd anders". Onlangs gaf dit aanleiding tot een nobele wedstrijd in het maanlicht in Kleingroßdorf.

 

Es ist 23 Uhr, ein schöner Sommerabend, es wird gemäht. Bei Vollmond. Eine günstige Gelegenheit natürlich, warum sollte man die sich entgehen lassen – man braucht ja keine zusätzliche Beleuchtung.

Eigenlijk past dat wel in het grotere geheel, want er wordt sowieso de hele dag gemaaid – in onze tuin of in die van anderen. Als iemand links klaar is, begint iemand rechts, of verder naar achteren of naar voren – je hoort het in alle richtingen: overal en altijd is het geluid van de bosmaaier, de grasmaaier, de compacte terreintractoren met hun gigantische maai-units onder de bestuurdersstoel alomtegenwoordig.

Omdat ik de laatste tijd meer tijd aan onze Transsylvaanse tuin besteed dan ik ooit voor mogelijk had gehouden, vooral aan het maaien, rollen woorden als "raspelkurz" (kort geraspt) en "ratzekahl" (volledig kaal) heel gemakkelijk en dramatisch over mijn lippen. Ik wou dat ik de medeklinker "R" erin met dezelfde donderende klank kon uitspreken als mijn Saksische vrouw die ik in de zomer tegenkom.

Die sagt: „“.

Ik begrijp haar niet, want na het grasmaaien vandaag, waar ik uitgeput van was, ben ik vergeten mijn oordopjes uit te doen. Mijn vrouw herhaalt zich tevergeefs en schreeuwt uiteindelijk recht in een van mijn nutteloze oren:

"Buurman Popescu heeft een nieuwe grasmaaier."

„Das ist kein Grund, mich anzubrüllen.“

„Aber er stinkt entsetzlich nach Diesel.“

"Popescu?"

"Nee. De maaier. Een monster. Hij is vanavond geleverd. Hij lijkt wel een kruising tussen een maaidorser en een pantserschip. Blijkbaar heeft Popescu besloten hem meteen uit te proberen."

"Dat is slim van hem. Weet je nog dat we laatst zo'n belachelijk dure espressomachine bij Amazon bestelden, en dat het bij het uitpakken een snelkookpan bleek te zijn?"

"Idioot!"

"Wie? Popescu?"

De vrouw uit Saksen draait zich geïrriteerd van me af. Ik pulk aan mijn oren en voel een knobbelige, kleverige massa, die ik er met moeite uithaal. Ik heb er meteen spijt van.

Op het terrein van Popescu vinden blijkbaar tegelijkertijd een luchtmanoeuvre en een Rammstein-concert plaats. Het is niet zomaar lawaai, maar de apocalyps. Een apocalyptische machine zaait onophoudelijk vernietiging en kondigt zijn aanwezigheid aan met geluiden die ooggetuigen in een live-uitzending van ARD vanaf de rampplek alleen konden omschrijven met de klassieke uitdrukking: "Het was net een oorlog."

Und wie in jedem Krieg muss aufgerüstet und zum Gegenangriff übergegangen werden. Ich strecke den müden Rücken und gehe in den Maschinenraum des Sensenmanns. Im Geräteschuppen hinter unserem Haus mustere ich unsere eigenen Höllenmaschinen. Im Laufe der Jahre hat sich da so einiges angesammelt, für das man zwar keinen Führerschein braucht, die Nachbarn aber starke Nerven. Und einen guten Ohrenarzt.

Vol verwachting en dorst naar wraak laat ik mijn blik glijden over grimmige snoei- en snijgereedschappen, woeste trimmers, moorddadige bosmaaiers en wat mijn Saksische zomervrouw haar "Lady-Shave" noemt, een apparaat dat ze gemakkelijk kan hanteren, klein maar krachtig, en gezegend met een behoorlijke hoeveelheid lawaai.

Ich entscheide mich für meinen Lieblingsapparat, den ich insgeheim zärtlich den „Giant Hogweed Tamer“ getauft habe. Es handelt sich um eine geniale Ingenieursleistung mit Elektroantrieb. Sie ähnelt einem voluminösen, langstieligen Metalldetektor. Man kann sie mit einem Haltegurt auf der Schulter fixieren, um die Grüne Hölle in Halbkreisen zu bestreichen. Unter dem Halbteller ihrer Schutzabdeckung wütet je nach Zubehöreinsatz entweder ein achtschneidiges Rotiermesser oder eine Spule mit insgesamt 20 Metern tückischer Nylonschnur, die zu zwei Seiten herausdringt und in 30 Zentimetern Umkreis alles platt macht, was nicht niet- und nagelfest ist.

Terwijl ik me overgeef aan mijn nylonfetisj, met zoals gewoonlijk zwetende en opgewonden vingers, denk ik even aan een kennis die ons onlangs verraste door te bekennen dat hij afstand had gedaan van dergelijke technologische zegeningen vanwege de enorme microplasticvervuiling in de bodem. Hij gebruikt nu een klassieke zeis. Het hanteren ervan is een ware kunst, om nog maar te zwijgen van het regelmatig slijpen dat nodig is. Ha! Wat zou hij nu doen, deze weldoener met zijn plasticvrije, volkomen stille zeis, als het tijd is om luidkeels tegen een rivaal te brullen?

Er is altijd wel iets te maaien in onze tuin. Als je klaar bent met het ene gedeelte, kun je gewoon weer aan de andere kant beginnen. Ik kies een stukje gazon zo dicht mogelijk bij het hek van Popescu; de maan schijnt daar ook nog eens precies goed. En daar gaan we!

Ik vind het een beetje jammer dat ik door de elektrische motor van mijn speelgoed geen wraak kan nemen op de dieselrook. Maar qua volume ben ik wel vergelijkbaar met Popescu. Tenminste, dat denk ik. Ik kan het niet met zekerheid zeggen, want ik heb mijn oordopjes op de tuintafel laten liggen en sinds ik mijn wraakscheermes heb aangezet, hoor ik bijna niets meer.

Maar één ding valt me op: de vriendschappelijke competitie tussen Popescu en mij sleept onze tweede buurman rond 23:45 uur mee in de strijd. Hij houdt zich niet in en start zijn eigen verzameling grasmaaiers. Ik weet waartoe hij in staat is.

Hij stelde laatst voor dat ik eens een apparaatje zou uitproberen dat hij soms draagt, een soort gemotoriseerde rugzak met een brandstoftank. Een frame wikkelt zich om de taille van de drager om de apocalyptische zeis vast te houden die erdoor wordt aangedreven. Ken je de epische film "Alien"? In een van de films klimt de heldin Ripley in een robot-exoskelet om te vechten tegen het steeds terugkerende monster uit de ruimte, dat waarschijnlijk "kweekgras" heet. Je snapt het wel, denk ik.

Heia Safari! Niet alleen is de gezamenlijk opgeroepen kakofonie nu onbeschrijfelijk, het noodlottige gebrul wordt misschien alleen overtroffen door Wagners ouvertures – de ontheiligde grond trilt nu door de hele omgeving, mogelijk al aanleiding voor seismologen in hun aardbevingswaarschuwingsstations, zelfs in Boekarest, bijna 300 kilometer verderop.

Dan krijgt de Heer medelijden met ons. De volle maan verduistert de hemel. Donkere wolken pakken zich snel samen en zetten de sluizen open. We worden kletsnat en brengen onze kostbare apparatuur in een droge, veilige ruimte. Ik zou zeggen dat het gelijkspel was. Morgen is een nieuwe dag.

Leider sind der Sommer und die Vegetationsperiode ja viel zu kurz. Aber im Herbst kann man neues schweres Gerät in Stellung bringen, um den Holznachschub für den Kamin zu zerkleinern. Ich habe da schon was im Auge, durchaus auch im Ohr, aus „Manfred‘s Motorsägen-Sammlung“ im Internet; einen zweitaktigen Kraftprotz aus sowjetischer Produktion: die Kettensäge „Druschba“, einst im ganzen Ostblock weit verbreitet. Ich bin mir ziemlich sicher, dass die Nachbarn beide noch eine im Keller haben. Ich werde mir auch ein Exemplar besorgen, die sind noch günstig erhältlich (wenn auch „für Bastler“).

Si vis pacem, para bellum. „Wenn du Frieden willst, bereite Krieg vor.“ Lateinisches Sprichwort, vorwiegend auf den Autor Publius (oder Flavius) Vegetius Renatus zurückgeführt. 


Zu den übrigen Anekdoten aus Kleingroßdorf