Wie verbaasd is dat meer dan 45 procent van de Roemeense kiezers in 2025, bij de herhaling van de eerder geannuleerde presidentsverkiezingen, koos voor een rechts-populistische extremistische nationalist met wortels in het hooliganmilieu van Boekarest (gelukkig net niet succesvol), zou deze onverschrokken mensen eerst eens in een auto moeten zien.

Het kleine percentage Roemeense automobilisten (soms lijkt het alsof alleen deze groep als een stelletje razende door de straten raast; de rest van de bevolking met enig gezond verstand zou er goed aan doen hun deelname aan het autoverkeer tot een absoluut minimum te beperken) toont een onwankelbaar geloof in God wanneer ze in hun "masina" (uitgesproken als "maschina") rijden, hun auto, die duidelijk sneller kan gaan dan de bestuurder kan denken. Het vermogen om de gevolgen van hun rijgedrag in te schatten, ligt ver onder het bevattingsvermogen van deze soms suïcidale, soms moorddadige Roemenen op wielen.

"Pastrati distanta" ("Houd afstand"): Zelden is een waarschuwing op de Roemeense snelwegen zo ondoeltreffend geweest als deze, sinds God Adam en Eva opdroeg zo ver mogelijk bij de Boom der Kennis vandaan te blijven. (Overigens is de term "snelweg" in Roemenië ook relatief: elke zone van 30 kilometer binnen bebouwde gebieden wordt steevast als een onaanvaardbare beperking van iemands zelfontplooiing beschouwd. De definitie van stedelijk en landelijk gebied is sowieso vaag, gezien de chronisch slechte staat van het wegdek: een vierwielaangedreven voertuig is hier een welkome noodzaak, zelfs in de stadscentra; het is niet nodig om je in anderszins onbegaanbaar terrein te wagen.)

Lood in de voet, hout in het hoofd – zo rijden ze graag in Roemenië, waarbij ze de doorgetrokken lijnen op het asfalt negeren en snelheidslimieten interpreteren alsof ze maar voor één as tegelijk gelden (vrachtwagenchauffeurs met opleggers denken duidelijk dat ze hier een voordeel hebben). Remafstanden inschatten is alleen voor natuurkundigen, en daarvan zijn er maar weinig een positieve verschijning op de weg. De achteruitkijkspiegel is zelden de moeite waard om te bekijken, waarom zou je? Er hangt toch een plastic icoontje aan, zij regelt het wel. God zij met ons!

Die EU-weit einzigartige Unfallstatistik des Landes ist tödlicher Beleg für die Konsequenzen dieser Denkweise, soweit von Denken in diesem Zusammenhang die Rede sein kann. Vor einer Anhöhe, in einer Kurve einer zweispurigen Straße müssen wir uns hier alle in den wohlfährigen Glauben daran schicken, uns der Obhut einer höheren Macht anvertrauen zu dürfen.

 „Dumnezeu“, der liebe Gott, wird seine schützende Hand schon über den Typen halten, der als zwanghaft überholender Gegenverkehr gerade auf deiner Straßenhälfte auf dich zurast und dich ganz selbstverständlich zur Vollbremsung nötigt, damit er noch knapp auf seine eigene, ihm viel zu enge, einscheren kann. Um kurz darauf, nicht etwa geschockt, sondern in seinem Wagemut bestätigt, zum nächsten halsbrecherischen Überholmanöver anzusetzen.

Een ervaren Duitse chauffeur, die al jaren het Roemeense verkeer trotseert – niemand weet hoe lang dit nog zal duren, aangezien de man niet in orthodoxe beschermheiligen gelooft – vat het als volgt samen: "In dit land moet je niet alleen uiterst voorzichtig zijn achter het stuur om jezelf te beschermen, maar ook om anderen die het onverdiend meemaken, te laten overleven."

Ja, zo hebben we het allemaal geleerd: deelnemen aan het verkeer vereist constante alertheid, voorzichtigheid en rekening houden met anderen. Natuurlijk kun je ook even een kort gebedje opzeggen en gewoon het gaspedaal indrukken, als God het wil.

Manchmal aber hat Dumnezeu einfach was anderes zu tun, als im rumänischen Straßenverkehr Schaden selbst von den dümmsten seiner Schäfchen abzuwenden. Auch deren gottergebene Hirten jedweder Konfession sind im Fahrersitz nicht davor gefeit, dass der Herr sich von ihnen abkehrt, wie sich in Kleingroßdorf jüngst erwies. Manche sahen dies als Gottesgericht.

 

'De paus gaf geen voorrang,' zegt de oude Transsylvaanse Saks, een van de weinigen van zijn soort die nog in het dorp wonen. 'Uw protestantse dominee had haast en reed te hard,' reageert zijn Roemeense metgezel, terwijl hij nog twee glazen tuika (uitgesproken als 'Zoo-ka'), de Roemeense fruitbrandewijn, inschenkt. 'Iedereen weet dat hij op zondag van de ene kerkdienst naar de andere haast.'

Het is bijna middag. Zowel de protestantse als de orthodoxe kerk in het dorp – die pal naast elkaar liggen – hebben hun diensten voor deze zondag afgelast. In plaats daarvan houden ze hun ochtendbijeenkomst.

De protestantse predikant ligt op de spoedeisende hulp van het Urgenta-ziekenhuis in de provinciehoofdstad, vermoedelijk met een hoofdletsel na zijn aanrijding met de priester. Zijn hele gemeente bidt voor hem, maar er wordt weinig gebeden omdat de gemeente klein is. De priester, die uit voorzorg ook in het ziekenhuis wordt onderzocht, lijkt er relatief ongeschonden vanaf te zijn gekomen. Hij reed immers niet in een oude Volkswagen Jetta zoals de predikant.

De twee drinkers, al jarenlang bekende en goede buren, heffen hun glazen. "Sanatate," zegt de Roemeen. "God help ons," antwoordt de Saks. Ze nippen aan hun drankje en staren een tijdje in de verte.

'Het was een prachtige, stevige Masina waarin de paus reed, een Volvo, geloof ik,' merkte de Roemeen op. 'De Orthodoxe Kerk heeft geld zat,' antwoordde de Saks. 'Onze versterkte kerk op de heuvel zou wel nieuwe dakpannen kunnen gebruiken. Maar er komt nooit iets uit Boekarest.'

Er valt een stilte. De fles is nog driekwart vol. De Roemeen schenkt nog wat in. "Er komt nooit iets goeds uit Boekarest," zegt hij. "Maar uw priester, moge God hem beschermen, had gewoon te veel haast," herhaalt hij.

Der Sachse brummt und leert sein Glas. „Der muss sonntags auch mindestens in drei sächsischen Kirchengemeinden hintereinander pünktlich sein. Es gibt nicht mehr so viele von uns, und wir sind weit verstreut.“ „Ja“, bestätigt der Rumäne, zieht beim Schlucken mit dem Sachsen gleich, wischt sich den Mund ab und fügt hinzu: „Sind halt viele von euch weggegangen.“

De Roemeen schenkt nog wat schnaps in. De Saks staart zwijgend in de fles schnaps die voor hem staat. "Maar jullie hebben te veel parkeerplaatsen voor jullie kerk. Pal naast die van ons," weet hij er uiteindelijk uit te krijgen. En hij houdt vol: "De dominee had voorrang!" Het gezicht van de Saks is rood van de sterke, zelfgemaakte pruimenbrandewijn, die voor de twee drinkers staat in een fles van anderhalve liter, vermomd met een onschuldig ogend mineraalwateretiket.

'Wij hebben meer kerkgangers dan jullie. Veel meer. Zij hebben ruimte nodig,' merkt de Roemeen op. De tuika is hem duidelijk naar het hoofd gestegen. Hij leunt achterover met zijn armen over elkaar. 'Voorrang geven,' antwoordt hij, 'gaat niet tegen Gods wil in. En God staat altijd aan de kant van de priester. Jullie priester had voorrang moeten geven. Net zoals de meesten van jullie allang gedaan hebben.'

Zwei randvoll gefüllte Gläser Schnaps stehen ziemlich lange unberührt zwischen den beiden Nachbarn, die einander in die Augen schauen. Dem Sachsen liegt eine Bemerkung auf der schweren Zunge, die er lieber sein lässt.

Der Rumäne hebt schließlich sein Glas. „Nun“, sagt er, „ich werde für euren Pfarrer beten. Schließlich sind wir alle Christen, gemeinsam in Gottes Hand.“ Darauf trinkt man inbrünstig.

Wat valt er anders te doen in Kleingroßdorf op een zondagmiddag, zonder kerkdienst, zonder dominee, zonder priester? Met een fles zelfgestookte drank, waaruit twee dezelfde rotzooi nippen, maar waarvan er maar één de donkere kant van de maan proeft?


Alle anekdotes zijn afkomstig uit Kleingroßdorf.